Dutch Doubleton

Rosalind Hengeveld


Uitkomsten

Standaarduitkomsten naar uitkomstkaart
Beschrijving uitkomstprincipes

Standaarduitkomsten naar uitkomstkaart

Uitkomstkaart:  A  K  Q  J  10  9  8–2

Uitkomst

Mogelijk bezit in uitkomstkleur

Prioriteit van signalen
Tegen troef Tegen SA
A
  1. AK+
  2. A+
  1. AK+
  2. A+
  1. aan/af
  2. vrouw-boerconventie
  3. tegen troef regel van negen
  4. soms Lavinthal
K
  1. AK+
  2. KQ+
  3. Kx
  1. AKJ10+, AKJxx+
  2. KQ+
  3. Kx
  1. tegen troef verdeling
  2. tegen troef vrouw-boerconventie
  3. tegen SA de vrouw bijspelen (‘stortplicht’)
  4. tegen SA aan/af
  5. soms Lavinthal
Q
  1. QJ+
  2. Qx
  1. KQ109+, KQ10xx+
  2. QJ+, Qx
  1. tegen SA de boer bijspelen (‘stortplicht’)
  2. anders als op boer en lager, zie onder
J
  1. J10+
  2. Jx
  1. AQJ+
  2. J10+, Jx
  1. aan/af
  2. verdeling als aan/af ‘niet kan’
  3. soms Lavinthal
10
  1. KJ10+
  2. 109+, 10x
  1. AJ10+, KJ10+, AQ109+
  2. 109+, 10x
9
  1. K109+, Q109+
  2. 98+, 9x
  3. odd zonder serie: KJ9+
  1. A109+, K109+, Q109+
  2. 98+, 9x
8–2 odd leads van driekaart+ met plaatje laagste van driekaart+ met plaatje
  1. hoogste van doubleton
  2. hoogste of laagste van drie lage kaarten
  3. tweede van vier of meer lage kaarten

  

Beschrijving uitkomstprincipes

Standaarduitkomsten
Hoogste van serie
Heer tegen troef vraagt verdeling
Royal leads
Niet onder aas tegen troef
Zero leads
Odd leads tegen troef
Kleintje plaatje tegen SA
Hoogste van doubleton
Van drie lage kaarten
Tweede van vier of meer lage kaarten
Troefstart
Uitkomen in partner's kleur
Voorspelen later in het spel
Doorspelen en terugspelen
Doorspelen van serie

Standaarduitkomsten

Er is een vaste uitkomstkaart voor vrijwel elk mogelijk bezit in de gekozen uitkomstkleur. Die noemen we hier de ‘standaarduitkomst’. Dat wil niet zeggen dat we daar altijd mee uitkomen. Er kunnen allerlei redenen van technische of tactische aard zijn om afwijkend uit te komen. We gaan hier op deze materie verder niet in. Ook gaan we hier niet in op de keuze van de uitkomstkleur. In een deel van de gevallen hangt de standaarduitkomst af van de speelsoort: troef of SA.

Er zijn in essentie zo'n acht verschillende uitkomstkaarten: A, K, Q, J, 10, 9, middenkaart, laagste kaart. Het aantal mogelijkheden voor het bezit in de uitkomstkleur is uiteraard veel groter. Daarom wijst een uitkomstkaart onvermijdelijk op meerdere mogelijkheden, vaak te verdelen in een klein aantal categorieŽn, zoals ‘de tien toont nul of twee hogere kaarten’.

Hierboven bevat deze pagina tabellen met standaarduitkomsten naar uitkomstkaart. Hieronder beschrijft deze pagina de diverse principes die ten grondslag liggen aan de standaarduitkomsten.

Bird en Anthias, 2011 en 2012 (computersimulaties over uitkomsten); Hall, 1996: 53–155 (vijf lijnen van tegenspel); Muller, 1999; Markovic, 2006Kelsey, 1966; Simon, 1946: 49–50

Hoogste van serie

In het algemeen – maar met diverse uitzonderingen – komen we uit met de hoogste van een serie:

 Niet als serie telt 87+ of lager.

Tegen SA is van een serie met slechts twee aansluitende hoogste kaarten de standaarduitkomst in de volgende gevallen de hoogste:

Van een vierkaart+ met alleen een serie van twee aansluitende honneurs is de traditionele standaarduitkomst tegen SA een lage kaart (volgens kleintje plaatje): AK852, KQ63, QJ742, J1053. Echter, recent gepubliceerd onderzoek (Bird en Anthias, 2011) heeft uitgewezen dat uitkomen met een honneur vaak beter is, zeker met AK+ en vooral met slechts een vierkaart. Tegen troef is van zulke series de standaarduitkomst in elk geval de hoogste.

Ook van KQJx tegen SA is de standaarduitkomst de heer.

Heer tegen troef vraagt verdeling

Tegen een troefcontract kunnen we van een serie met AK aan top naar keuze met het aas of met de heer uitkomen. Het aas vraagt dan met voorrang om een aan/af-signaal, de heer om een verdelingssignaal.

‘Ace for Attitude, King for Count’

Ook later in het spel vraagt voorspelen van een heer tegen troef om een verdelingssignaal.

Een heer vraagt niet om verdeling:

Horton, 2002: 3–7

Strong king †

Deze conventie is afgeschaft.

Royal leads (‘tweede van sterke gebroken serie’)

Uitkomen met een heer of vrouw belooft gewoonlijk de naastlagere honneur volgens hoogste van serie. Echter, tegen SA (niet tegen troef) komen wij ook de heer of de vrouw uit van een sterke gebroken serie waarin de naastlagere honneur juist ontbreekt, terwijl we de ‘omringende’ honneurs wel hebben:

Hierop geldt dan stortplicht: derde hand moet de naastlagere honneur bijspelen, tenzij men kan zien of sterk vermoeden dat dit een slag kost. Dit laatste is met name het geval indien een onverwachte singleton of renonce in dummy verschijnt. Als stortplicht niet aan de orde is, signaleren we aan/af, bij twijfel ervan uitgaand dat de uitkomst van KQ+ dan wel QJ+ is.

De zwakkere gebroken series AKJx en KQ10x (vierde) zijn niet goed genoeg voor deze uitkomst; hiervan starten we gewoon de hoogste. Ook van lagere gebroken series als QJ9+ en J108+ is de standaarduitkomst de hoogste.

Deze uitkomst geldt alleen tegen SA. Tegen troef komen we van KQ10+ altijd de heer uit en is er geen stortplicht.

What is the name of this lead convention?, forumdiscussie op Bridge Winners

Niet onder aas tegen troef

Tegen een troefcontract is van elk bezit in de uitkomstkleur dat wel het aas maar niet de heer omvat, de standaarduitkomst het aas.

Zero leads

Van een binnenserie komen we uit met de derde van boven (ongeacht de lengte van de kleur):

Uiteraard komen we tegen troef als regel niet onder het aas uit van A109+, AJ10+, AQJ+, AQ109+.

Gevolg van deze conventie is dat een uitkomst met een boer, tien of negen ‘nul of twee erboven’ belooft (vandaar de naam). Voor de boer geldt dit alleen tegen SA, voor de tien of negen ook tegen troef (van K of Q aan top). De derde hand doet er goed aan bij twijfel uit te gaan van twee erboven.

Lagere series onder een niet-aansluitende honneur, zoals Q98+, vallen niet onder zero leads; hiermee is de standaarduitkomst ‘gewoon’ volgens odd leads tegen troef, volgens kleintje plaatje tegen SA.

Tegen troef hebben zero leads voorrang op odd leads, bijvoorbeeld de 10 (niet de laagste) van KJ1092.

Een uitkomst met een negen kan tegen troef ook conform odd leads zonder binnenserie zijn: KJ9x(xx).

Van A98+ tegen SA is het om technische redenen (zie referentie) soms goed de negen uit te komen. We rekenen deze uitkomst echter niet (meer) als standaarduitkomst. 

Berendregt, 2006; Woolsey, 1980: 170–171; Kroes en Boender: 141–143 (9 van A98+)

Odd leads tegen troef

Tegen troef geven we van een driekaart of langer met een of meer plaatjes, maar zonder serie of binnenserie, met de uitkomst de lengte van de uitkomstkleur aan:

Lengte Standaarduitkomst Voorbeeld
3 laagste KJ2
4 derde KJ62
5 laagste KJ862
6 derde KJ8642
7 laagste KJ86542
8 derde KJ865432

De uitkomst is alleen afhankelijk van de lengte, niet van de kwaliteit van de kleur, zolang deze een plaatje bevat: KJ2, maar ook J62.

Als van een even aantal kaarten de derde van boven relatief hoog is en misschien een slag kan kosten, dan kunnen we eventueel de vierde uitkomen: KJ92 of KJ92.

De standaarduitkomst onder odd leads is nooit de derde van een vijfkaart (zonder binnenserie), nooit de vijfde van een zes- of zevenkaart, nooit de zesde van boven.

Standaarduitkomsten van series en binnenseries hebben voorrang op odd leads: J10982, K10983 et cetera.

Na een uitkomst met de derde van boven spelen we in de volgende slag in de kleur de laagste, ten teken dat we een even aantal hadden.

Wij spelen odd leads alleen tegen troef.

Odd leads wordt ook wel ‘derde/vijfde’ genoemd, en in combinatie met hoogste van serie en zero leads ook ‘eerste/derde/vijfde’.
Onze standaarduitkomst is echter soms de tweede, vierde of zevende.

Op een vraag hoe wij uitkomen tegen troef antwoorden we gewoonlijk: “Eerste/derde/vijfde met wat uitzonderingen”. Op een vervolgvraag naar die uitzonderingen (‘een heel verhaal’) volstaan we als regel met verwijzen naar de systeemkaart.

Berendregt, 2006; Vinje, 1976: 18–25; Woolsey, 1980: 162–165, 171

Kleintje plaatje tegen SA

Tegen SA komen we van een driekaart of langer met een of meer plaatjes, maar zonder serie of binnenserie, standaard de laagste uit, ongeacht de lengte van de kleur. Dit staat informeel bekend als ‘kleintje plaatje’.

Reden hiervoor is dat – in weerwil van onze attitude jegens het informatiedilemma – aangeven van de lengte van de uitkomstkleur tegen SA (in tegenstelling tot tegen troef) vaker de leider dan de partner zou helpen.

Verbeek, 2014 ter

Hoogste van doubleton

Van elke doubleton is de standaarduitkomst de hoogste: Ax, Kx, Qx, Jx, 10x, 9x tot 32.

Van drie lage kaarten

Van drie nummerkaarten komen we in het algemeen de hoogste of de laagste uit, al naargelang wat partner het best zal helpen.

Wat is belangrijker dat partner weet: dat je geen doubleton hebt, of dat je geen plaatje hebt?

We komen standaard de hoogste (‘top van niets’) uit:

We komen standaard de laagste uit: Van 10xx of 9xx kunnen we eventueel de middelste uitkomen, als de hoogste een slag kan kosten en de laagste verwarrend kan werken. Van 8xx of lager komen we nooit de middelste uit.

Woolsey, 1980: 127–128; Klinger, 1987: 53–54 (xxx in partner's kleur tegen SA)

Tweede van vier of meer lage kaarten

Van vier of meer nummerkaarten zonder serie is de standaarduitkomst de tweede van boven: 8642, 97542.

Reden is dat de hoogste een slag kan kosten, terwijl een lage kaart valselijk een plaatje zou suggereren.

Na de uitkomst geven we in de volgende slag onze oorspronkelijke verdeling aan: 8(6)42, 9(7)542.
Als partner ons echter op een doubleton zou kunnen spelen in een troefcontract, kunnen we beter de hoogste spelen ten teken dat we geen doubleton hadden: 8(6)42.

Van series van de 10 of 9 starten we de hoogste: 1098x, 987xx; ‘series’ van 8 en lager tellen niet als zodanig: 8742.

Van 10xxx+ (maar niet lager dan de tien) kunnen we eventueel ook laag uitkomen: 108642; dit is echter niet standaard.

Verbeek, 2014 ter; Horton, 2002: 1–2; Vinje, 1976: 20–21; Kroes en Boender: 144–146

Troefstart

Voor uitkomsten in de troefkleur wijkt de standaarduitkomst in veel gevallen af van die voor hetzelfde bezit in een bijkleur.

Troefstart van alleen nummerkaarten conform verdelingssignaal maar nooit de hoogste: xx, xxx, xxxx, xxxxx.
Dus afwijkend van hoe we uitkomen van alleen lage kaarten in een bijkleur.

Troefstart van een plaatje conform odd leads: Axx, Axxx, Kxx, Kxxx.

Bijzondere gevallen: AKx, J10x (dit laatste is discutabel maar traditioneel standaard).

Rosenkranz, 1986; Woolsey, 1980: 130–131; Klinger, 1987: 66–73

Uitkomen in partner's kleur

Voor uitkomsten in partner's kleur is de standaarduitkomst in de meeste gevallen dezelfde als in een andere kleur. Enkele afwijkingen zijn echter:

Als ‘partner's kleur’ geldt elke kleur die partner reŽel of semireŽel heeft geboden of getoond, dus ook bijvoorbeeld een 1c.gif (113 bytes)-opening.

Voorspelen later in het spel

Voor het voorspelen van een nieuwe kleur later in het spel gelden op hoofdlijnen dezelfde regels als voor het uitkomen in de eerste slag.

Redenen om af te wijken zullen zich echter vaker voordoen, doordat meer informatie beschikbaar is. Een voorbeeld van technische aard vormen ‘surrounding plays’ zoals de boer van KJ9x achter 10xx in dummy.

Van meer tactische aard is een hoge of lage nummerkaart in een kleur om aan te geven of we die graag teruggespeeld willen: K852 (kleur graag terug) maar K852 (graag iets anders terug), later in het spel. Als echter primair het aantal kaarten in een kleur belangrijk zal zijn, volgen we de standaarduitkomst: 82, 852 (tegen troef), K852 (idem).

Woolsey, 1980: 140–144, 172–173

Doorspelen en terugspelen

Bij doorspelen en terugspelen van een kleur (zonder serie) waarin al ťťn kaart gespeeld is, geven we een verdelingssignaal, uitgaande van de oorspronkelijke  verdeling:

Bijvoorbeeld we nemen (in welke hand dan ook) het aas en spelen vervolgens de kleur na: (A)82, (A)852, (A)8542, (A)87542.

Woolsey, 1980: 135–140

Doorspelen van serie

Doorspelen van een serie na uitkomst met de hoogste:

In de voorbeelden hieronder is west tegen SA uitgekomen met de vrouw, die de leider heeft laten houden, terwijl oost aansignaleert met de 3 (tussen haakjes de eerste slag):

6 (4)
  1. (Q) J 2
  2. (Q) J 10 9 2
  3. (Q) J 10 2
  4. (Q) J 10 8 2

table.gif (180 bytes)

K 7 (3)

  1. A 10 9 8 (5)
  2. A 8 (5)
  3. A 9 8 (5)
  4. A 9 (5)

In geval 1 speelt west de boer na en oost moet nu vooral niet deblokkeren. In geval 2 speelt west de 9 na ten teken dat oost mag deblokkeren.

Doorspelen van de laagste van een serie is niet verplicht. Ook in geval 3 speelt west de boer na, hoewel hij ook de 10 heeft; deblokkeren door oost zou immers een slag kosten. In geval 4 speelt west weer wel de 10 na teneinde oost te laten deblokkeren.

Woolsey, 1980: 131–135


Copyright © 2000–2017 Rosalind Hengeveld.

14 februari 2017